De toekomst van tinternetâ?¦
En is er daarin plaats voor het jeugdwerk?
Vorige week konden studenten en geïnteresseerden (het één sluit het ander niet altijd uit) aan de Arteveldehogeschool een driedaags seminarie volgen, genaamd ‘Leerstoel Jos Willems: Hoe revolutionair zijn sociale media?’ (Mocht u zich afvragen wie Jos Willems eigenlijk is, hier vind je meer informatie). Wat zijn sociale media eigenlijk? De belangrijkste factor is de user-generated content. Weblogs, podcasts, wiki’s, on line gemeenschappen (second life), foto(flickr)- en videosites (youtube), het ene al populairder dan het andere, maar geen van allen meer weg te denken. De term Web 2.0 is meermaals gevallen, maar niemand durfde het woord nog gebruiken zonder in dezelfde zin ook overgehypet te vermelden.
Dindianen van tinternet
De leerstoel begon met een uiteenzetting door Tom De Bruyne (blog) van i-Merge, over de huidige toepassingen en mogelijkheden van het internet. Over Civil Journalism (iedereen maakt nieuws), filtersites (filteren wat nuttig is voor de bezoeker, vb. ZatteVrienden.be), internet via gsm, en dergelijke meer.
De tweede spreker, Luc Van Braekel (blog) , had het over corporate blogging, bedrijven die ook een blog starten. Voor de meesten iets minder interessant (de meerderheid van het publiek bestond uit studenten Communicatiemanagement en Journalistiek), maar de laatste stelling in zijn uiteenzetting zorgde voor behoorlijk wat commotie. “Burgerjournalistiek, als term, zal verdwijnen. Want in de toekomst is iederéén journalist. Beroepsjournalisten zitten dus over een tiental jaar zonder werk.” Een boodschap vol hoop voor de studenten… Maar volgens Clo Willaerts (www.bnox.be), de spreker erna en ook al een bekendheid in de blogosphere, wordt een andere functie veel belangrijker: het filteren van inhoud. Dat is wat ze zelf ook doet op haar eigen hoog aangeprezen blog. Nog een populaire blogpersoonlijkheid was Pieter Baert www.pietel.be, die ons in de namiddag te woord stond. Wat we mogen onthouden uit zijn boeiend relaas: Internet laat toe te filteren op identiteit. Je vindt gemakkelijk mensen met dezelfde interesse (vb jeugdwerk) uit je eigen regio of in de andere uithoek van Vlaanderen. Deze online ontmoetingen kunnen leiden tot offline vriendschappen. Wie weet is dat al gebeurd op Jeugdwerknet? Dat filteren op identiteit biedt ook mogelijkheden voor sitebouwers: Je kent het publiek van jouw site, dus kan je de inhoud sterk aan hen aanpassen. Je kan hen ook oproepen om deel te nemen aan een actie op maat. Bijvoorbeeld meedoen met de wedstrijd ‘Jeugdwerksite van het Jaar’. Een ideale internetcampagne mondt uit in een hype:
De virale campagne
Je hebt pas met een hype te maken als er op veel plaatsen over jou of je actie gesproken wordt, waardoor je onrechtstreeks nog meer mensen bereikt. Daarover had Jonathan Detavernier het. Hij is mede-Oprichter en Strategic Partner van Snow, de online divisie van reclamebureau LG&F.
Sociale media zijn misschien minder revolutionair dan we denken. Een voorbeeldje (van Jonathan Detavernier) om te illustreren: De vroegere brouwerij Stella Artois besliste ooit eens om een prijsverhoging door te voeren, zwaar tegen de zin van de café-uitbaters. Dat is natuurlijk meerdere keren gebeurd en dat is nog bij geen enkele waard in goede aarde gevallen, maar die ene keer beslisten enkele uitbaters om als straf voor de brouwer het gerucht te verspreiden dat je van Stella hoofdpijn krijgt. We spreken over een tijd waarin er van internetfora en - communities nog absoluut geen sprake was, maar toch is die mythe wijdverspreid en is ze tot op de dag van vandaag blijven bestaan. Ik herinner mij een conversatie tussen enkele jeugdwerkers, een viertal jaar geleden. Ze wilden een jeugdhuis opstarten en moesten beslissen over brouwer en bier. Interbrew, dat stond al vast, maar welk bier dan? Stella of Jupiler? Er werd voor dat laatste gekozen, omdat je na een nachtje Stella toch zo’n koppijn krijgt… Terwijl dat eigenlijk helemaal niet méér het geval is dan bij andere bieren. Zo zie je maar dat er geen internet nodig is voor een virale campagne.
En het jeugdwerk…
Het revolutionaire van sociale media zit hem in hun
multiplicatoreffect. Het bereik van een lokaal krantje is niks vergeleken met dat van een enkel filmpje op YouTube. Het is dan ook niet helemaal toevallig dat jeugdwerknet de uitreiking van de Jeugdwerksite van het jaar via deze weg gedaan heeft. Niet om de acteurs aan een filmcontract te helpen (hoewel ze het beiden uiterst goed doen), maar om meer mensen te bereiken. Het werkt drempelverlagend: Een filmpje bekijken is gewoon veel leuker. Mensen zullen ook vlugger iets leuks met elkaar delen, dan een gewone droge tekst. En YouTube maakt het de gebruiker zo gemakkelijk mogelijk om te delen.
En het jeugdwerk? Wel, ik las ergens dat de jeugdbewegingen in Vlaanderen samen goed zijn voor meer dan 300.000 leden. Stel dat zij eens een grote actie op touw zetten... Om dan nog te zwijgen over de internationale afdelingen. Rekening houdend met dat fameuze multiplicatoreffect kan het jeugdwerk met een heel luide stem spreken als dat nodig zou zijn. Een internetleger van 300.000 manschappen, daar is toch al iets mee te bereiken, niet?


















