Kan de jongereninformatiewerker het web 2.0 aan?

In de nieuwe Krax (goddelijk nummer, 8.2) staat onder ‘ongezouten’ (een soort gastencolumn) een artikel over web 2.0 en de uitdagingen voor de jongereninformatiewerker. Johan Bertels van In Petto formuleert zijn bedenkingen op basis van de publicatie van Andrew Keen (die we graag negeren) en Neil Selwyn, die een internationale studie opzette over jongereninformatie in Europa. Zo blijkt dat efficiënt en kritisch gebruik van het internet voor jongeren niet evident is. De jongere kan met andere woorden de kwaliteit van een website moeilijk beoordelen en kent niet alle mogelijkheden van het web (en zijn toepassingen). Of dit iets is wat een jongereninformatiewerker moet oplossen durf ik te betwijfelen. Het kan natuurlijk, maar ik zie hier nog veel meer een taak weggelegd voor het onderwijs. Efficiëntie is iets dat je vooral al doende leert bij het maken van bv. taken. Zo leer je jongeren dat het internet meer is dan Youtube en Myspace alleen. Kritisch gebruik van het internet is een andere zaak, en veel moeilijker aan te leren. Maar waarom beperken tot internet? Jongeren moeten kritisch leren omgaan met alle media. Op dat vlak kunnen Jongereninformatiewerkers informatie eventueel filteren of duiden, maar laat dat nu net een ander probleem oproepen… In het artikel spreekt Johan ook over ‘de digitale kloof’. Ik heb geen ervaring met achtergestelde jongeren en dus weinig inzicht in de problemen. Ik wil het dan ook vooral hebben over die andere digitale kloof: tussen de jeugd(informatie)werker en de jongere! Als we jongeren willen helpen om op een kritische manier met het web te leren omgaan wordt het tijd dat we het jeugdwerk er eens mee leren omgaan. Jammer genoeg merk ik dat er nog héél veel jeugdwerkers totaal clueless zijn, en erger nog, niet eens meewillen of –durven! Let op, ik pleit hier dat iedere jeugdwerker op alle sociale netwerksites moet staan, maar ze moeten minstens weten op welke van die sites hun gasten zitten. Om diezelfde reden heb ik ook niet al te veel vertrouwen in de overheid om dit op te lossen. De staatsmachine is veel te log om met het wispelturige web om te gaan. Ik sluit me dus volledig aan bij Johan, die stelt dat de overheid jongereninformatiewerkers voldoende vertrouwen moet geven om hun rol te spelen op het web. Maar dan moeten jeugd(informatie)werkers wel dringend eens op de kar springen, anders is er niemand om de jongeren te begeleiden op het net.