Onderzoeken

Apestaartjaren 5

Download het onderzoeksrapport

Facebook is meer dan ooit het meest gebruikte sociale netwerk bij Vlaamse jongeren. Maar jongeren gebruiken het steeds minder om in een klap aan de wereld te laten weten waar ze mee bezig zijn. De openbare statusupdate ruimt plaats voor privéberichten en facebookgroepen om over school te overleggen. Daarnaast krijgt Facebook concurrentie van kleinere netwerken en apps als Instagram, WhatsApp en Snapchat, die stilaan e-mail en zelfs de sms vervangen.

Facebook is heer en meester

90% van de Vlaamse jongeren (12-18j) heeft een actieve facebookaccount. Dat is 10% meer dan in 2012. 86,2% logt bovendien elke dag in. Facebook is ook de populairste app bij jongeren. Facebook houdt daarmee andere sociale netwerken als YouTube (62%), Instagram (30%) en Twitter (25%) achter zich.
 
Bij kinderen (9-12j) is het sociale netwerk van KETNET in opmars. 43,3% van de kinderen heeft een account op deze site. Dat is meer dan YouTube (42%) en Facebook (35%).

Shift van massacommunicatie naar privécommunicatie

De online berichtendienst Facebook Messenger wordt door 86% van de jongeren gebruikt. Maar ook Snapchat (49%), Skype (40%) en WhatsApp (25%) zijn populair. Deze privé berichtendiensten vormen geduchte concurrentie voor sms en e-mail. Jongeren sturen per dag gemiddeld 0,58 e-mails en 58 sms’en. Dat lijkt veel, maar dat is toch opmerkelijk minder dan het gemiddelde van 71 in 2012. 
 
Ook om op de hoogte te blijven van activiteiten van de sportclub, jeugdbeweging of school krijgen jongeren wel liefst sms'en of e-mails. Liever dan tweets of statusupdates. Daar maken ze dus opnieuw de keuze voor persoonlijke communicatie. Maar wel via andere kanalen dan die die ze met hun vrienden gebruiken. 

Veel media bezitten, weinig kopen

De doorsnee Vlaamse jongere bezit een arsenaal aan persoonlijke mediatoestellen. 86% heeft een smartphone, 65% een eigen mp3-speler en 54% een laptop. 27% heeft een eigen tablet. Deze mobiele toestellen kunnen ze eender waar gebruiken, vaak ver weg van de controle van de ouders. 
 
Slechts 37% heeft een data-abonnement. Om ook effectief altijd en overal online te kunnen is de meerderheid van de jongeren dus nog steeds aangewezen op het wifinetwerk thuis of openbare hotspots.
 
Jongeren betalen zelden zelf voor die media. Slechts 37% kocht zijn eigen smartphone. Vaak krijgen ze het afdankertje van mama of papa. Slechts 1 op de 10 jongeren betaalt zijn gsm-kosten (bellen, sms’en en internet) helemaal zelf. In 78% van de gevallen betaalt ‘iemand anders’, wellicht de ouders. Gevolg: 76% gebruikt dezelfde provider als zijn ouders.
 
Betalen voor muziek is ook veeleer uitzondering dan regel. Een meerderheid (62%) downloadt muziek zonder te betalen. Net geen kwart van de jongeren doet dat via torrentsites. Streamen is ook in opmars: Spotify is met 28% de populairste dienst om muziek te streamen. 9% koopt nog cd’s of platen.

Onderwijs maakt inhaalbeweging, maar kan nog een pak beter

75% van de leerlingen vindt dat hun leerkrachten meer media zouden moeten gebruiken in hun lessen. In vergelijking met 2012 krijgen jongeren nu wel vaker les over privacyinstellingen op school (41%), en leren ze vaker op school hoe kritisch om te gaan met online bronnen (65%).  
 
Jongeren van hun kant zetten wel massaal digitale media in om over huiswerk te overleggen. Het online leerplatform van de school (22%) moet het afleggen tegen de sms (75%) en Facebook (78%). Ook hier gebruiken jongeren dus hun mediatoestellen om persoonlijk te overleggen met elkaar. 
 
Nog een aantal opmerkelijke vaststellingen uit het onderzoek: Sociale media (55%) scoort bijna even goed als radio (58%) en tv (61%) om het nieuws te volgen, Justin Bieber is de populairste twitteraccount om te volgen en Grand Theft Auto het populairste game. 33% van de jongeren maakt een relatie binnen de week bekend op Facebook. 

Oproep voor meer begeleiding en ondersteuning van wie met jongeren werkt

Mediaraven en LINC doen een oproep aan iedereen die met jongeren werkt (scholen, jeugdverenigingen, bibliotheken, welzijnsorganisaties, …). Experimenteer en grijp de kansen van digitale media! Gebruik sociale media niet enkel voor massacommunicatie maar om persoonlijk met jongeren te netwerken.
 
Beide organisaties vragen aan de Vlaamse overheid om een ondersteunende rol op te nemen in dit verhaal. Enerzijds door voldoende stimuleringsmaatregelen te voorzien voor leernetwerken op alle niveau’s en domeinen om kennis te delen: tips rond goede apps en andere tools, lespakketten, goede praktijkvoorbeelden, samenaankopen, …
 
Hiernaast is het belangrijk dat de nieuwe ministers van media, welzijn, jeugd en onderwijs investeren in de permanente vorming van de huidige én toekomstige leerkrachten, pedagogen, sociaal werkers, CLB’s, ... zodat zij meer en beter op de hoogte zijn van de mogelijkheden en risico’s van digitale media. Op die manier kunnen ze jongeren beter begeleiden en hen op hun beurt stimuleren om media op een nieuwe, uitdagende en veilige manier in te zetten. En kunnen ze gepast ingrijpen wanneer het mis gaat.
 

Hoe digitaal zijn de Vlaamse jongeren?

Een multimediale dag in het leven van jongeren